Vakinhoudelijk

Op onze school worden voor de invulling van de vakken (rekenen, taal, spelling, aardrijkskunde, geschiedenis en studievaardigheden) methodes gebruikt.

Rekenen: Reken zeker
reken zekerReken zeker leert kinderen stap voor stap rekenen. In een les met nieuwe stof komt altijd maar één nieuw onderwerp aan de orde. Bij ieder nieuw rekenprobleem hanteert Reken zeker maar één strategie. Zo is verwarring uitgesloten en is de concentratie voortdurend optimaal. Zodra de kinderen de basisvaardigheden beheersen, maken ze ook kennis met andere strategieën.

Het inslijpen van de basisvaardigheden staat bij Reken zeker voorop. Pas daarna plaatst de methode die vaardigheden in een context. Daarom komen contextsommen tot en met de eerste helft van groep 5 pas aan het eind van de les aan de orde. Vanaf groep 6 biedt Reken zeker ook toepassend rekenen aan in thematische lessen, vaak gekoppeld aan de praktijk.

Taal is bij Reken zeker voor geen enkel kind een hindernis, ook niet bij contextrekenen. In Reken zeker is niet meer taal opgenomen dan nodig is. Zowel vlotte als minder vlotte rekenaars komen sneller verder met de eenduidige benadering van Reken zeker.

Taal: Taal op maat
taal op maat
De methode Taal op maat is thematisch van opzet.

Taal op maat behandelt lesstof op basis van kennismaken, begrijpen en oefenen. Daarbij staan directe en verlengde instructie centraal. Lessen, toetsen, evaluatie en remediëring sluiten naadloos op elkaar aan. Met Taal op maat bereiken en onderhouden leerlingen hun taalvaardigheid op referentieniveau t/m 2F.

Het programma van Taal op maat omvat vier taaldomeinen:
– Woordenschat: woorden leren, gebruiken en onthouden.
– Kijk op taal: klanken, woorden, zinnen en taalgebruik.
– Luisteren en spreken: luistervaardigheid, sociaal-communicatieve vaardigheden, gevarieerde woordenschat gebruiken, presentaties, non-verbale communicatie.
– Schrijven: goed en mooi formuleren, creatief schrijven, het schrijven van zakelijke brieven, fictie- en informatieve teksten, instructies en betogende teksten.

Bij de methode Taal op maat kunnen we gebruik maken van software op de digiborden en computers.

Spelling: Spelling op maat
spelling op maatSpelling op maat is volledig afgestemd op de nieuwe referentieniveaus.

De didactiek van Spelling op maat stelt de klank centraal. In eerste instantie luisteren leerlingen naar klanken en vertalen ze die naar tekens. Het uitgangspunt is dus auditief. In jaar 4 tot en met 8 wordt dit principe aangevuld met een aantal spellingsregels. Leerlingen leren dus met de methode regels toepassen en in veel mindere mate leren zij dicteewoorden uit hun hoofd.

De opbouw van de lessen verloopt volgens het directe-instructiemodel. Eerst herhalen leerlingen met een 5 woordendictee eerder behandelde spellingscategorieën. Daarna wordt de nieuwe categorie geïnstrueerd. Vervolgens oefenen leerlingen individueel en in duo’s, waardoor er tijd ontstaat voor verlengde instructie aan de zwakkere spellers.
Met behulp van de ‘controlevragen’ aan het eind van de instructie in de digibordsoftware kunt u met de methode heel goed werken volgens de IGDI-principes.

Spelling op maat zet voor de consolidering van de spellingscategorieën het visuele geheugen van leerlingen in. Elke categorie heeft een eigen icoon. Woorden op –tie worden bijvoorbeeld gekenmerkt door het icoon ‘politie’. Deze iconen komen voor op kaarten, in de digibordsoftware en in het ‘Spellingsmaatje’. Dat is een handig overzichtsboekje waarin de leerlingen veel opzoeken met als kapstok: de categorie-iconen. Op deze manier combineren zij hun auditieve en hun visuele geheugen om beter te leren spellen.

De werkwoordspelling komt in de leerjaren 5 tot en met 8 uitgebreid aan bod.
De onveranderlijke woorden zijn onderverdeeld in categorieën en worden in groep 4 tot en met 8 systematisch aangeboden:
– luisterwoorden, zoals ‘kip’ of ‘poes’
– luisterwoorden met vaste klankgroep, zoals ‘haai’ of ‘beer’
– weetwoorden, zoals ‘geit’ of ‘pauw’
– regelwoorden, zoals ‘circus’

Per categorie hanteert Spelling op maat een stappenplan om de woorden aan te leren.

Aardrijkskunde: Meander
Meander-lesboek-130Meander is bijzonder vanwege het prachtige beeldmateriaal, de spannende verhalen, de begrijpelijke teksten, het lesprogramma van maar 25 weken en de consequente stapsgewijze opbouw.

Maar Meander is vooral speciaal door de boeiende manier waarop het laat zien dat aardrijkskunde overal in ons dagelijks leven is. Meander leert kinderen écht om zich heen te kijken en daagt ze uit om de betekenis en samenhang van alledaagse dingen te zien. Meander is een methode op zichzelf en is sterk verwant aan de Malmberg-methodes Naut (natuur en techniek) en Brandaan (geschiedenis).

Natuur en techniek: Naut
Naut-lesboek-130Alles is bijzonder aan Naut. De spannende verhalen, de begrijpelijke teksten, de schitterende beeldondersteuning, het lesprogramma van maar 25 weken en de consequente stapsgewijze opbouw.

Naut is een lesmethode natuur en techniek voor groep 3 t/m 8 in het basisonderwijs. Naut verwondert en maakt van gewone dingen iets speciaals. Het laat kinderen de wereld om hen heen zien, ervaren en onderzoeken. Naut motiveert kinderen op een compleet eigentijdse manier en heeft een stappenstructuur met volop houvast voor leerkracht en kind. Naut is een methode op zichzelf en is sterk verwant aan de Malmberg-methodes Meander (aardrijkskunde) en Brandaan (geschiedenis).

Geschiedenis: Brandaan
Brandaan-lesboek-130Geschiedenis ontstaat elke dag opnieuw. Ook jij maakt vandaag geschiedenis! Dat is wat de lesmethode Brandaan kinderen wil laten zien. Maar Brandaan maakt kinderen ook nieuwsgierig: hoe zou het zijn als je er vroeger bij was geweest?

Brandaan is een lesmethode geschiedenis voor groep 3 t/m 8 in het basisonderwijs. Brandaan legt een duidelijk verband tussen verleden en heden, zodat geschiedenis voor kinderen betekenis krijgt. Maar Brandaan is ook bijzonder vanwege de spannende verhalen, de begrijpelijke teksten, de schitterende beeldondersteuning, het lesprogramma van maar 25 weken en de consequente stapsgewijze opbouw.

Studievaardigheden: Blits
Blits-logo_mediumStudievaardigheden worden voor kinderen steeds belangrijker. Informatie is overal te vinden, zeker op internet. Maar hoe zoek je gericht? En waar vind je de juiste informatie en hoe verwerk je die? Met Blits leren kinderen het lezen, begrijpen en verwerken van allerlei informatiebronnen, via de vier onderdelen van studievaardigheden.

De toetsen van Blits sluiten naadloos aan bij de toetsen van het Cito. Ze vormen dan ook een perfecte voorbereiding op de Cito-toetsen.